Ga terug

Startvoorwaarden

Om te kunnen starten met een netwerk moet u als wetenschappelijke vereniging aan een aantal startvoorwaarden voldoen. Hieronder staan een aantal belangrijke startvoorwaarden opgesomd. Door te klikken op de links of via het linker menu komt u bij aanvullende informatie over het onderwerp.

De volgende zaken zijn noodzakelijk:

  1. Bereidheid en commitment van iedere speler om tot vruchtbare samenwerkingsverbanden te komen. Dit geldt niet alleen voor de deelnemende onderzoekers en zorgverleners, maar ook voor bestuurders van betrokken instellingen en patiënten(vertegenwoordigers).
  2. Bijdragen en inzet van alle betrokken partijen (in kind of in cash) moeten door de bestuurlijk verantwoordelijken overeengekomen zijn.
  3. Op één lijn zitten wat betreft vorm en aanpak van het toekomstige netwerk: probeer hierbij ‘waarom’ vragen te voorkomen en hanteer een opzet en cultuur die past bij de huidige Wetenschappelijke vereniging.  Lees hier meer over het kiezen van een passende structuur.
  4. Onderdeel van de procesbeschrijving is een stakeholder-analyse waarmee alle (uitvoerende) partijen en hun verantwoordelijkheden in kaart worden gebracht. Lees hier over het uitvoeren van een stakeholder-analyse.
  5. Een procesbeschrijving opstellen: maak concrete afspraken over aanpak, proces en doel. Denk hierbij ook aan vragen zoals ‘welke zaken vallen binnen de verantwoordelijkheden van het consortium en welke liggen bij het veld?’ Lees hier over het opstellen van een procesbeschrijving.
  6. Draagvlak creëren: gedeelde wetenschappelijke ambitie door het communiceren van het belang en de urgentie van een netwerk aan de achterban. Lees hier meer over het creëren van urgentie.
  7. Transparantie in aanpak, proces en inhoud. Betrek leden en bied hen de mogelijkheid om inbreng te doen of invloed uit te oefenen. Geef ze toegang tot alle kennis en informatie.
  8. Voldoende tijd en middelen.
  9. Een groep verantwoordelijken/karretrekker(s)/idealisten: er is een bepaalde trekkracht nodig om facilitaire voorzieningen te creëren en satellieten te verbinden.
  10. Inzicht hebben in alle mogelijkheden tot subsidie. Klik hier voor een overzicht van alle subsidie programma’s.
  11. Een goed werkend (IT)systeem voor het eenvoudige vastleggen van kennis. Probeer dubbel werk (bij bijvoorbeeld het invoeren van data) zo veel mogelijk te voorkomen.
  12. Een communicatiesysteem voor  kennisdeling en dialoog met leden/ het veld. Denk na over een geschikte methode om kennis over o.a. lopende en afgeronde studies binnen het netwerk transparant te maken en te delen. Dit kan via een IT-systeem, de mail of tijdens bijeenkomsten.
  13. Een goede verhouding tussen academisch en perifeer: zorg ervoor dat beide groepen goed zijn vertegenwoordigd in het netwerk/consortium. Houd hiermee rekening bij de uitvoer van een stakeholder-analyse en het opstellen van een procesbeschrijving.
  14. Intrinsieke motivatie vanuit de wetenschappelijke vereniging. En bij gebrek hieraan een externe stimulans, zoals regelgeving, een startkapitaal of een karretrekker die iedereen motiveert.

 

Het begin is essentieel, er zijn karretrekkers nodig en er moet draagvlak gecreëerd worden. Het moet geen one-man show zijn.

Quote uit kwalitatief onderzoek IVBM 2018

Heeft u nog een goede aanvulling op dit onderwerp? Uw ervaring delen kan hier. Of laat hieronder een reactie achter.


Reacties: